Begin met het vlees te marineren. Kruid het gebraad met peper en zout, leg in een schotel, giet er een halve fles wijn bij, voeg de fijngesneden ajuin en de kruiden uit het kruidenbuiltje toe. Dek af en laat een nachtje marineren in de ijskast (draai het vlees zo nu en dan om).
De volgende dag verwarm je de oven voor op 250 graden.
Haal het gebraad uit de marinade, laat uitlekken en dep verder droog.
Roer de mosterd door de boter. Roer er dan het geplette knoflookteentje door, 1 eetlepel fijngesneden peterselie en 1 fijngesneden sjalotje.
Smeer de kruidenboter over het ganse stuk vlees, leg in de ovenschotel en laat een kwartier bruinen op 250 graden.
Draai de temperatuur tot 180 graden, open de oven, doe 2 eetlepels water bij in de ovenschotel, sluit de oven en laat het gebraad 3 kwartier verder garen.
minuten voor het einde van de braadtijd van het vlees maak je de saus: smelt boter in een pan en stoof er op een laag vuurtje de 2 andere fijngesneden sjalotjes in tot ze glazig zijn.
Blus de pan met 100 ml wijn, roer er dan de room bij en 1 eetlepel mosterd en laat zachtjes sudderen. Breng verder op smaak met peper en zout en werk af met de 2 overige eetlepels fijngesneden peterselieblaadjes.
Neem he varkensgebraad uit de oven, laat een 5tal minuten rusten, snijd in dunne schijfjes en serveer er de saus apart bij.