Oven voorverwarmen op 200 graden.
Bedek de bodem van de taartvorm met het bladerdeeg en prik er met een vork putjes in. Kocht je bladerdeeg met bakpapier er rond, dan maak je je het zo makkelijk mogelijk door het bakpapier mee in de taartvorm te leggen: wel het bladerdeeg zo goed mogelijk tegen de randen drukken. Gebruik je moeders uitroldeeg, beboter en bebloem dan eerst de taartvorm, schud de overtollige bloem weer uit de vorm en druk er dan het deeg in.
Strijk een dun laagje abrikozengelei over de ganse bodem van de taart.
Leg daarop een laagje dun gesneden appelschijfjes.
Maak dan snel de frangipanevulling: meng in een kom de zachte hoeveboter met de griessuiker, het ei, de melk, de gemalen amandelen, het amandelextract en zelfrijzende bloem en giet deze frangipane over de appelschijfjes.
Werk de taart indien gewenst verder af door te bedekken met (blader-)deegreepjes in ruitjesmotief.
Bak de taart 45 minuten op 200 graden.
Haal je gebakken frangipanetaart uit de oven en bestrijk met abrikozengelei (gaat makkelijker als deze wat warm gemaakt is, zeker wanneer je je confituur in de ijskast bewaart) of suikerglazuur voor de super zoetebekken.