Doe de melk, het ei, de zelfrijzende bloem (of bloem + bakpoeder), zout, vanille en suiker in de blender of beker van de staafmixer en mix alles tot een glad beslag zonder bloemklontertjes.
Maak een pan warm, giet er wat olie in, wrijf de olie met de keukenrol uit over de ganse pan. leg het keukenpapier apart in een leeg kommetje voor de volgende pannenkoek.
Giet wat beslag in de pan en kantel de pan in het rond zodat het beslag gelijkmatig over de bodem wordt verdeeld. Een handige truuk voor flinterdunne flensjes is flink wat beslag in de pan gieten totdat de bodem bedekt is, en dan direct de pan weer leeggieten in een kom: een zeer dunne pannenkoek blijft in de pan aan de bodem hangen, je hebt dan wel wat overtollig baksel aan de rand van de pan kleven dat je moet lossnijden en weggooien.
Maak de rand van de pannenkoek los met een mes of schuimspaan. Als het oppervlakte van de pannenkoek droog is, keer je de pannenkoek om en laat de andere kant een 20 tot 30 seconden langer bakken (afhankelijk van de stand van het vuur: als je aanbaksel ruikt, verwijder dan de pannenkoek onmiddellijk!)
Serveer de pannenkoek met confituur, stroop, bruine suiker of plakjes banaan.