Vet het gebraad in met de olie, kruid met peper en zout en laat 35 tot 40 minuten garen in een ovenschotel in de op 210 graden voorverwarmde oven.
Maak ondertussen de saus: hak de sjalotjes fijn en stoof ze in een pan op een laag vuur tot ze zacht en doorzichtig (glazig) zijn.
Voeg er dan de in stukken gesneden ham aan toe, laat een minuut mee braden en blus dan met witte wijn.
Laat de wijn tot de helft inkoken.
Voeg er nu de room, fijngesneden dragon en mosterd aan toe, roer om en voeg het water toe. Kruid met peper en laat op een klein vuurtje pruttelen.
Als het gebraad gegaard is, haal je het uit de ovenschotel, plaats het op een rooster en laat 5 minuten rusten.
Giet het braadvet uit de ovenschotel, giet er je saus in en schraap de aanbaksels los. bedek met aluminiumfolie en houd warm.
Snijd het gebraad in sneden van ongeveer 10 mm en dien op met de mosterdsaus, princessenboontjes en aardappels.