Giet flink wat olijfolie in een soeppot met dikke bodem.
Ui fijn snipperen en beginnen aanstoven.
Wortelen schillen, in brunoise snijden (kleine dobbelsteentjes) en mee aanstoven.
Selder wassen en in brunoise snijden.
Halve venkel: loof eraf, hart eruit en de rest in brunoise: eerst in reepjes, dan in dobbelsteentjes en mee aanstoven.
Aardappels niet te klein snijden en mee aanstoven.
Tenslotte enkele tomaten toevoegen in grote stukken gesneden.
Overgieten met zelfgemaakte bouillon en rustig laten pruttelen.
Ondertussen groenten snijden die je beetgaar wil serveren: courgette en groene boontjes in brunoise snijden.
Ondertussen maak je de pistou: 2 knoflookteentjes en flink wat verse basilicumblaadjes in een flinke scheut olijfolie met grof rotszout en peper liefst fijnstampen (Jeroen gaat mixen in een blender: veel sneller, maar net iets anders van smaak)
Wanneer de soepgroenten gaar zijn, voeg je de erwten, prinsessenbonen en courgette toe en laat 10 minuten mee pruttelen.
Wil je boontjes uit blik gebruiken, voeg die dan op het allerlaatst toe, want deze zijn immers al gaar.
Proef en kruid verder met peper en rotszout.
Roer per bord wat pistou door de groentesoep en serveer.